Verkoop van aandelen … wanneer en hoeveel meerwaardebelasting bij verkoop?
Hoe was het?
Meerwaarden op aandelen die buiten de uitoefening van de beroepswerkzaamheid gerealiseerd worden, waren veelal niet belastbaar. Ze zijn dat echter wel, als diverse inkomsten, als ze het resultaat zijn van een overdracht onder bezwarende titel van aandelen die niet als een normale verrichting van beheer van een privévermogen beschouwd kan worden (art. 90, lid 1, 9°, 1ste streepje WIB 92) of aan een rechtspersoon buiten de Europese Economische Ruimte (EER) door een persoon die, eventueel samen met de naaste familie, rechtstreeks of onrechtstreeks een participatie van meer dan 25% bezit in de vennootschap waarvan de aandelen overgedragen worden (art. 90, lid 1, 9°, 2de streepje WIB 92). In het eerste geval bedraagt het belastingtarief 33% (art. 171, 1° a WIB 92) en in het tweede geval 16,5% (art. 171, 4° e WIB 92), telkens te verhogen met de gemeentebelasting.
Hoe is het nu?
Voortaan zijn er drie stelsels.
De stelsels van belastbaar als beroepsinkomen of speculatief inkomen blijven wel van toepassing en primeren op de drie nieuwe stelsels. Er komt m.a.w. ‘iets’ bij …
Als u een meerwaarde realiseert op aandelen van een vennootschap waarin uzelf een participatie van minstens 20% bezit (= aanmerkelijk belang), betaalt u veelal geen of weinig meerwaardebelasting:
| Meerwaarde | Tarief |
|---|---|
| 0 – 1.000.000 EUR | 0% |
| 1.000.001 EUR – 2.500.000 EUR | 1,25% |
| 2.500.001 EUR – 5.000.000 EUR | 2,50% |
| 5.000.001 EUR – 10.000.000 EUR | 5,00% |
| 10.000.001 EUR – … EUR | 10,00% |
- Let wel, is de koper een andere vennootschap waarover u, eventueel met uw familie, controle heeft (= interne meerwaarde), dan is er geen vrijstelling en is de meerwaarde belastbaar tegen 33%.
- Realiseert u een meerwaarde op aandelen die u als belegging gekocht heeft, dan valt die onder de ‘algemene’ regeling van de meerwaardebelasting. In die regeling is er ook een vrijgestelde schijf, maar die bedraagt slechts 10.000 EUR (wel kan toenemen tot 15.000 EUR). Het deel van de meerwaarde boven de vrijstelling wordt belast tegen 10%.
De belastbare meerwaarde is gelijk aan het positieve verschil tussen de prijs voor de overgedragen financiële activa en de aanschaffingswaarde (= de prijs waartegen de belastingplichtige of zijn rechtsvoorganger de financiële activa onder bezwarende titel verkregen heeft). In alle drie de stelsels zijn minderwaarden wel aftrekbaar, maar wel alleen van de meerwaarden van dezelfde categorie en in hetzelfde belastbaar tijdperk.
De zogenaamde historische meerwaarden, d.w.z. waardestijgingen van aandelen van voor 1 januari 2026, zijn dan weer vrijgesteld. Om die historische meerwaarden te berekenen, moet de waarde van de aandelen op 31 december 2025 bepaald worden. Deze waarde kan als volgt vastgesteld worden:
- voor genoteerde financiële activa: de laatste slotkoers van 2025;
- voor niet-genoteerde activa, de hoogste van volgende waarden:
- waarde gehanteerd tussen volstrekt onafhankelijke partijen of bij oprichting van een vennootschap of kapitaalverhoging in de loop van kalenderjaar 2025;
- waarde resulterend uit een contract of aanbod van verkoopoptie in werking op 1 januari 2026;
- op basis van een formule voor aandelen: eigen vermogen + (4 x EBITDA laatste boekjaar afgesloten voor 1 januari 2026); of
- (in afwijking van de formule) een waardering (uiterlijk uitgevoerd tot 31 december 2027 (!!)) door een bedrijfsrevisor of door een gecertificeerd accountant, waarbij geen van beiden de gebruikelijke beroepsbeoefenaar mag zijn van de betrokken vennootschap.
Vennootschappen met vastgoed doen er veelal goed aan de laatste methode te kiezen.